donderdag 28 januari 2016

Dichter Martin Carrette overleden op Gedichtendag


Op donderdag 28 januari, Gedichtendag, overleed dichter Martin Carrette (°1951) na een maandenlange strijd tegen kanker. Zijn dubbele dichtbundel Dubbel Spel die hij op 21 februari aan het publiek zou voorstellen in het Museum van Deinze en de Leiestreek, is zijn literair testament geworden. Zoals Martin het wenste, ging de voorstelling door zoals gepland. Het boek is beschikbaar bij boekhandel Letters & Co. in Deinze en kan in iedere boekhandel besteld worden met ISBN-nummer 978-94-6266-163-9.

schaduw


er is de kilte vandaag, de kleine kilte
van de tijd die komt, de tijd zonder
ons, met zijn schaduw al in de tuin.

als vanouds zullen dan regen, wind,
zal dan de zon, zullen de uitgeholde,
de niet meer thuis te wijzen geluiden,

zal de postbode om halfelf, zal tram
4, als altijd op weg naar het station.
een kleine schaduw in een kille tuin.


Martin Carrette


Coverillustratie Dubbel Spel - Core Pareja

U leest hier meer over de ex-stadsdichter van Deinze: Stadsdichter Martin Carrette overlijdt op Gedichtendag (Het Nieuwsblad).

Op Radio Tequila gaf Martin op zondag 24 januari nog een interview vanop zijn ziekbed in het UZ Gent. Hij besloot met het lezen van een gedicht uit zijn bundel. U kunt het interview hier beluisteren.




Martin Carrette (°1951) debuteerde pas laat als dichter, met ‘Boswording’ (2006). Later volgden nog ‘echo’s van raveel e.a.’ en ‘De Kleinmansuite’. Van 2010 tot 2013 was hij de (eerste) stadsdichter van Deinze; hij bundelde zijn stadsgedichten in ‘Alles viel samen’.
‘Dubbel spel’ is een ‘dubbelbundel’. In ‘Mijnheer Miller en de metafysica’ figureert een lyrisch personage, Mijnheer Miller, alias Don Quichot, de literaire held bij uitstek van de auteur, die filosofeert over Diesseits en Jenseits. De tweede bundel ‘Sjans!’ evolueert vanuit zeven korte gedichten gebaseerd op Shakespeares ‘seven ages of man’ naar een positieve kijk op leven en werkelijkheid, ‘een nalatenschap voor levensgenieters’.


‘De dichter vraagt van de lezer een inspanning, hanteert ontregelend taalgebruik dat dwingt tot herlezen. Vele gedichten vertrekken vanuit een observatie of een reeks vaak zeer markante beelden. Valt er al eens een filosofische inslag te bespeuren, dan schuwt de dichter ook de humor niet. Zijn taal is eigenzinnig muzikaal en soms van een sprookjesachtig surrealisme, met een rijke intertekstualiteit.’ – Patrick Bernauw