Met deze dichtbundel wil de auteur een gedeeld existentieel ongemak aanraken. Zevenenzeventig gedichten geven het woord aan leven en dood, tijd en herinnering, afscheid en eeuwigheid. Op de poëtische scène staan veelal archetypische figuren; het ‘ik’ is slechts een ongemakkelijke en eerder onhandige toeschouwer die weifelend haar weg zoekt tussen zachtheid en hardheid, droom en werkelijkheid, verzet en overgave. De zeven delen van elf gedichten vormen het raamwerk van deze bundel. Het getal zeven roept een verlangen op naar heelheid, terwijl elf herinnert aan de onvolmaaktheid van ons menselijk bestaan. Wat overblijft, is een zoektocht naar troost en het kwetsbare inzicht dat schoonheid ook huist in dat wat ongezegd, ongekend en onaf blijft. De dichtbundel wordt zo een louterende oefening in berusting en hoop. Als vlinders achter glas... Hannah Cogen (° 1983) is leerkracht rooms-katholieke godsdienst, mama van Margot, amateur-genealoog, (be)denker, (onder)zoeker, verzamelaar, dro...
- Link ophalen
- X
- Andere apps